Paarden: (0561) 688 555        Rundvee & Gezelschapsdieren: (0561) 612 282

Voorkomen is beter dan genezen!

De geboorte van het veulen

Het veulenseizoen is weer in volle gang.
Fokkers kijken vol spanning uit naar de geboorte van hun veulen of meerdere veulens.
Hoe gaat zo’n geboorte nu eigenlijk in z’n werk, waar moet je op letten en wat als het niet allemaal zo voorspoedig verloopt als waar iedereen op hoopt?

Wanneer een merrie gaat bevallen, onderscheiden we drie periodes van weeën: tijdens fase I begint de baarmoeder zachtjes met samenknijpen. De merrie wordt wat onrustig en haar lichaam gaat zich klaarmaken voor de geboorte onder invloed van hormonen. Deze fase I kan ze eventueel nog afremmen en het vervolg uitstellen, wanneer ze denkt dat ‘de kust niet veilig is’.

Zodra fase II begonnen is, is er echter geen houden meer aan Fase II wordt gekenmerkt door persweeën, steeds heftiger en krachtiger en het veulen komt met voorbenen en hoofd in de bekkenholte door deze persbewegingen van baarmoeder en buikspieren. De buitenste vruchtblaas knapt en het vruchtwater golft naar buiten. Vanaf dat moment moet de geboorte binnen 45 minuten plaatsvinden, anders krijgt het veulen het benauwd. De vruchtvliezen gaan immers loslaten door de persweeën en er komt minder en minder zuurstofrijk bloed via de navelstreng het veulen binnen.

Aanwezig zijn Je doet er goed aan te zorgen dat je bij de geboorte aanwezig bent! Meestal gaat het goed, maar als het mis gaat heb je maar weinig tijd om voor een goede afloop te zorgen. Minder tijd dan bij een mens of een kalf, omdat die vruchtvliezen hebben die veel langer zuurstof leveren tijdens de geboorte. Dit omdat ze een totaal ander en veel inniger vergroeide placenta hebben dan het paard.
Als het goed is, heb je de merrie in een schone dik opgestrooide box staan. Ook is het hygiënischer om de staart van de merrie te bandageren. Verder is het verstandig om twee emmers water en een handdoek en zeep klaar te hebben staan. Op het moment dat de merrie met persweeën begint, verschijnen er als het goed is binnen tien minuten twee voorbeentjes. Het is verstandig even te controleren of het veulen goed ligt. Met schone handen voel je of er twee beentjes zijn, waar bovenop een neusje komt. Ontbreken er één of twee benen of het hoofd, bel dan direct de dierenarts. In afwachting van zijn komst kun je proberen de merrie in de benen te houden en met haar te lopen. Zo kun je het persen enigszins uitstellen.

Twee hoornen

Bij het paard is er sprake van een uterus bicornis. Dat wil zeggen, er is sprake van een baarmoederlichaam (corpus) met twee hoornen. Dit in tegenstelling tot de mens, waarbij er slechts één ruimte is (uterus unicornis). De bedoeling is dat het veulen zich met hoofd, hals, voorbenen en bovenlichaam in het corpus ontwikkeld en met de achterhand in één van de hoornen. Dit kun je wel zien aan de nageboorte: er is één grote broekspijp waar de achterbenen in zaten en één kleine waar niets in zat. Het veulen wordt dan geboren in wat we noemen ‘Voorste Voorstelling’, dat wil zeggen met het hoofd en voorbenen eerst.
Wanneer echter niet de achterhand, maar juist de voorhand in een hoorn ontwikkeld, zal het veulen in ‘Achterste Voorstelling’ geboren worden. Dit gebeurt gelukkig slechts in circa 1% van de gevallen.
Wanneer het veulen achterstevoren geboren wordt, wordt de navelstreng reeds dichtgedrukt ten tijde dat het veulen met het hoofd nog in de merrie zit. Als de geboorte niet snel genoeg vlot, heeft het veulen al snel een zuurstoftekort en kan het uit paniek ook nog eens vruchtwater inademen. Deze veulens komen moeilijk of niet op gang, omdat ze (ernstig) zuurstoftekort opgelopen hebben ter hoogte van met name de hersenen.

Dwarsligging

Nog een andere mogelijkheid doet zich voor in de vorm van een dwarsligging.
Zowel de achterhand als de voorhand hebben zich elk in één hoorn ontwikkeld en er zijn geen vruchtdelen of alleen één of twee voorbenen in het corpus. Het gevolg is dat het corpus weinig vergroot en door de groter en zwaarder wordende vrucht in de hoornen, lang en smal opgerekt wordt. Op het moment dat de geboorte in gang wordt gezet, kan dit veulen er natuurlijk niet uit, omdat het met de buik of de rug naar de bekkenopening ligt.
Nog een extra risico is dat, omdat er bij een volledige dwarsligging geen vruchtdelen in de bekkenholte komen, de geboorte niet of te laat opgemerkt wordt. De eigenaar moet net gezien hebben dat de waterblaas brak of wat vruchtvliezen uit de vagina hebben zien hangen, maar beentjes komen er niet of ze steken maar een klein stukje uit. De merrie houdt, zeker bij een volledige dwarsligging, meestal op met persen omdat er niets in het bekken komt en gaat soms gewoon verder met eten.

Gevolgen

Deze gedeeltelijke of gehele dwarsliggingen resulteren in een kunstverlossing en heel vaak in een keizersnede. Eigenaren en dierenartsen die weinig ervaring met Friese paarden hebben, zullen deze ligging niet vaak tegenkomen en geneigd zijn te proberen het veulen te reponeren. Dit lukt in negen van de tien gevallen niet en levert alleen kostbare tijdverspilling op! Wanneer de dierenarts komt, zijn er twee mogelijkheden: ofwel is het relatief eenvoudig op te lossen door een hoofd of been bij te halen, ofwel het betreft een gecompliceerde ligging zoals een gedeeltelijke of gehele dwarsligging. In het laatste geval is het een kwestie van direct weeënremmers inspuiten, eventueel de merrie wat suf maken en op de trailer naar de dichtstbijzijnde gespecialiseerde kliniek.
Dwarsliggingen zijn namelijk niet te reponeren en zelfs als het veulen niet meer leeft, is zagen vaak ook geen optie.
Dat komt omdat, zoals eerder uitgelegd, het corpus van de baarmoeder lang en smal is, omdat er geen veulen in ontwikkeld is. Je moet dus als dierenarts al zeer lange armen hebben en dan nog kun je
vaak maar net aan de buik of de borst komen. Als je geluk hebt, kun je misschien de draad met behulp van de ring van Maillot net om de hals brengen om deze af te zagen. Op dat moment heb je
echter twee vruchtdelen met scherpe uitstekende botpunten in de baarmoeder.
In principe kun je een merrie met behulp van een foetotomie (zagen) verlossen als je met één of twee, maximaal drie snel uit te voeren zaagsnedes het probleem kunt oplossen. Moet je vaker zagen of duurt
het langer dan 45 minuten, raakt de merrie al snel uitgeput en de geboorteweg wordt heel lelijk beschadigd, met alle gevolgen van dien voor het herstel na de verlossing.
Kortom: Time is of The Essence! Snel en duidelijk handelen redt levens.

Evalueren

Ter plaatse: eenvoudige repositie: prima, indien niet: naar de kliniek. Op de kliniek: ‘eenvoudig’ zagen in geval van een dood veulen: prima. Zo niet: repositie onder algehele narcose (Controlled Vaginal Delivery) of keizersnede. In de praktijk betekent een dwarsligging vrijwel impliciet een keizersnede.

Goede prognose

De prognose van een keizersnede voor de merrie is gelukkig goed (90%). Ook voor wat betreft het percentage vruchtbaarheid voor de toekomst. De baarmoeder heeft meestal minder te lijden van een
vlot en goed uitgevoerde keizersnede dan van een langdurige repositie of een foetotomie. Wanneer de uterus er bij gynaecologische controle goed uit ziet, kan na drie à vier cycli de merrie opnieuw geïnsemineerd worden.
De kansen voor het veulen zijn aanzienlijk minder. Volgens de literatuur is de gemiddelde duur van het begin van de persweeën tot de keizersnede circa 70 minuten voor een levend veulen. Deze is echter gebaseerd op Engelse Volbloeden. Onderzoek binnen Dierenkliniek Wolvega naar resultaten van keizersneden bij het Friese paard laat zien dat dit tot wel twee keer zolang kan duren en toch nog een levend veulen op kan leveren. We denken dat dit komt omdat in geval van dwarsliggingen er weinig of geen vruchtdelen in de bekkenholte komen en daardoor de merrie minder neiging heeft hard te blijven persen, waardoor de placenta langer vast blijft zitten en het veulen langer van zuurstof voorziet. Bovendien heeft de placenta bij de Friese merrie in veel gevallen neiging om sowieso vast te blijven zitten, wat een voordeel van een nadeel op zou kunnen leveren in de overlevingskansen van deze veulens.

Aanpassingen

Wanneer het veulen geboren wordt, moeten vrijwel alle orgaansystemen forse aanpassingen doen aan het leven buiten de baarmoeder. De taken die de baarmoeder en indirect het lichaam van de merrie waarnam zoals zuurstofvoorziening, energie en bouwstoffenvoorziening en de afvoer van afvalstoffen, moet het veulen nu zelf doen. Wanneer een voldragen veulen (gemiddeld circa 335-342 dagen) geboren wordt, moet
het binnen twee uur kunnen staan, binnen vier uur drinken, binnen zes (hengst) tot elf (merrie) uur plassen en binnen vierentwintig uur poepen. Als dit het geval is, kun je er vanuit gaan dat de
orgaansystemen van dat veulen hoogstwaarschijnlijk de meeste noodzakelijke aanpassingen hebben gedaan. In de bloedcirculatie van het veulen in de baarmoeder was sprake van twee ‘shunts’ die het bloed parallel van het rechterhart naar het linkerhartsysteem doen lopen en de longen ‘bypassen’. Eén daarvan zit tussen de voorkamers en de andere tussen de longslagader en de lichaamsslagader.
Wanneer het veulen geboren wordt en de navelstreng verbroken, komt het in ademnood. Door dit gebrek aan zuurstof gaat het reflexmatig diepe ademteugen nemen. De borstkas zet uit en de weerstand in de longcirculatie neemt af. Tegelijkertijd neemt de weerstand in de lichaamscirculatie door het wegvallen van de placentacirculatie af. Doordat de druk in het linkerhartsysteem groter wordt en die in het rechterhartsysteem lager, gaan de shunts sluiten en worden de longen veel meer doorbloed. Ook het evenwicht in het bloedsuikergehalte, de zuurtegraad, de zouthuishouding en de vochthuishouding moet nu door de lever en de nier van het veulen zelf gereguleerd worden. Maar het veulen heeft maar weinig energiereserves en ook maar weinig lichaams-isolatievet. Ook kan het de urine nog niet goed concentreren, waardoor het veel ongeconcentreerde urine en daarmee vocht verliest. Dit betekent dat wanneer het niet snel genoeg aan het uier zit, we een relatief snelle daling van de suikerspiegel krijgen (weinig reserve) en een snelle temperatuurdaling (weinig isolatie) en snel zullen uitdrogen (grote hoeveelheden sterk verdunde urine).

Zenuwstelsel

Het zenuwstelsel moet ook snel aanpassingen ondergaan bij de geboorte. Dit kun je zien doordat het veulen nog bodemwijd staat en houterige bewegingen doet. Ook geeft het ‘knikjes’ met het hoofd omdat de kleine hersenen de bewegingen nog niet helemaal ‘ge-finetuned’ hebben. Ook zijn bepaalde reflexen anders: wanneer je een pasgeboren veulen ‘kop-aan-kont’ omarmd en fijnknijpt zal het verslappen. Dit is wat er in de baarmoeder moet gebeuren bij de persweeën. Een dreigreflex van het oog heeft het nog niet, wel een duidelijke oprichtingsreflex wanneer je met je vingers over de ruggengraat heen en weer wrijft. Hoe weet je of de aanpassingen van het zenuwstelsel goed verlopen zijn? Als het veulen alert is en reageert op uitwendige stimuli, wanneer het een goede zuig- en slikreflex heeft en bij gevaar (je komt de box binnen) direct in de benen schiet en achter zijn moeder naar je gaat staan kijken. In tegenstelling tot baby’s, krijgt het veulen geen afweerstoffen mee door de placenta. Een veulen moet zijn afweerstoffen opnemen uit de biest en dan ook nog eens binnen 18-24 uur na de geboorte. Dit omdat na 24 uur het darmslijmvlies van het veulen dusdanig verandert is, dat het geen antistoffen meer doorlaat. Kortom, we moeten er ons van vergewissen dat het veulen binnen vier uur drinkt aan een uier waar goed biest in zit. Als dit niet het geval is, omdat bijvoorbeeld de merrie (eerste veulen) het veulen niet laat drinken, of omdat er simpelweg nog te weinig biest/melk in het uier aanwezig is, of omdat ze in de dagen voor de geboorte teveel biest heeft laten lopen, moeten wij zelf zorgen dat er biest in het veulen komt. Het is dan ook verstandig altijd anderhalve tot twee liter merriebiest in de vriezer te hebben.

Of het veulen genoeg antistoffen opgenomen heeft, kun je heel eenvoudig laten testen. De dierenarts neemt even wat bloed af en kan met een eenvoudige test kijken of het ‘immuunglobulinegehalte’ voldoende is (minimaal 4 g/l, liever meer dan 8 g/l). Is het onvoldoende en het veulen is jonger dan 24 uur, dan kunnen we merriebiest ingeven met de fles of met de neussonde. Is het ouder dan 24 uur, dan neemt de darm dit niet meer op en moeten we iets anders verzinnen.
Dierenkliniek Wolvega heeft hiervoor eigen donorpaarden. Dit zijn paarden die geen antistoffen hebben gemaakt tegen bloedgroepen van andere paarden en die vrij zijn van bloed-overdraagbare ziekten.
Van deze paarden wordt elke maand bloed afgenomen. Het plasma van dit bloed, dus zonder de rode bloedcellen, wordt ingevroren bewaard. Dit plasma bevat zeer veel antistoffen (de donorpaarden worden tegen zoveel mogelijk ziekten gevaccineerd) en kan probleemloos aan pasgeboren veulens gegeven worden die te weinig biest opgenomen hebben.

Niet onderschatten

Je zou denken dat de meeste professionele fokkers dit wel weten. Toch mogen we de antistofvoorziening niet onderschatten.Een bacteriële infectie is nog altijd doodsoorzaak nummer één onder de pasgeboren veulensterfte. Deze bacteriën komen het veulen binnen via de mond, neus of via de navel. Als ze niet tegengehouden worden door antistoffen, kunnen ze zich verspreiden door het hele lichaam en dan is er sprake van bloedvergiftiging oftewel ‘veulenziekte’. Soms worden ze ten dele tegengehouden en dan kunnen ze zich uiteindelijk handhaven daar waar er weinig cellen en antistoffen van het immuunsysteem zijn en waar antibiotica moeilijk komt, bijvoorbeeld in een gewricht of in het uiteinde van de lange beenderen (lidziekte) of in de longen. Kortom: voorkomen is beter dan genezen. Een goede hygiëne rondom de geboorte en je ervan vergewissen dat het pasgeboren veulen de eerste dag voldoende goede kwaliteit biest binnen krijgt, is en blijft essentieel. De controle hiervan is heel simpel uit te voeren door een eenvoudige bloedtest en alle middelen voor correctie van een onvoldoende zijn voorhanden.