Paarden: (0561) 688 555        Rundvee & Gezelschapsdieren: (0561) 612 282

Koliek bij het pasgeboren veulen

Koliek betekent pijn in de buik. De mogelijke oorzaken zijn dan ook legio. Enkele van deze oorzaken komen relatief meer voor bij het pasgeboren veulen, bijvoorbeeld verstopping van het laatste deel van
de dikke darm met darmpek, een blaasruptuur of aangeboren afwijkingen. Andere mogelijke oorzaken kunnen zijn maagdarmzweren, darmontsteking of liggingsveranderingen.
Liggingsveranderingen van de dikke darm komen weinig voor in vergelijking met volwassen paarden, omdat de dikke darm bij het melkdrinkend veulen nog in grootte (en functie) erg klein is.

Voorgaande problemen zijn gelokaliseerd in de buik. Echter algemene aandoeningen bij het pasgeboren veulen kunnen ook eennegatieve invloed hebben op het functioneren van het maagdarmkanaal.
Denk bijvoorbeeld aan een prematuur veulen, waarvan de darmpjes nog niet rijp genoeg zijn om melk te kunnen verwerken. Of bijvoorbeeld bij bloedvergiftiging (sepsis,
ook wel veulenziekte genoemd) of ernstig zuurstofgebrek voor of tijdens de geboorte kan het zijn dat het maagdarmkanaalniet goed functioneert.
Hoe kun je zien of een veulen koliek heeft? Koliek bij het veulen uit zich veelal door minder frequent te drinken en/of het drinken vroegtijdig te onderbreken,
trippelen met de achterbenen, soms met een bolle rug een pershouding aannemend of bij hevige pijn (voortdurend) rollen of op de rug blijven liggen. Vaak is hierbij de buik in omvang toegenomen.
De kolieksymptomen zijn wel min of meer afhankelijk van de oorzaak en de hoeveelheid pijn die hiermee gepaard gaat. Bijvoorbeeld een veulen met een darmpekverstopping (meestal nog geen 24 uur oud) kan tussendoor de periodes met buikpijn goed attent zijn en nog bij de merrie drinken. Het staat vaak met de staart af en een bolle rug op het nog vastzittend darmpek te persen. Een oplettende eigenaar weet dat alle darmpek er nog niet af is omdat hij nog geen ‘hopjesvla’ gezien heeft.

Blaasruptuur
Een ander voorbeeld met een ander symptomenbeeld is het veulen met een blaasruptuur. Hierbij worden symptomen als matige koliek en een toegenomen buikomvang veelal gezien op een leeftijd.
van twee à drie dagen. Het lijkt iets meer bij hengstveulens voor te komen. De eigenaar heeft wellicht opgemerkt dat hij het veulen nog niet heeft zien plassen of dat hij de urine heeft zien druppelen in
plaats van een mooie volle straal. Het is echter niet zo dat veulens die normaal lijken te urineren, geen blaasruptuur hebben. Doordat de urine in de buik blijft staan, worden hier afvalstoffen en zouten
uit geresorbeerd die het veulen snel ziek maken. De concentraties van deze stoffen moeten eerst gecorrigeerd, voordat de blaas gerepareerd kan worden. Soms zijn de concentraties van deze zouten in het
bloed zo afwijkend dat er hersenverschijnselen optreden. Wanneer je een dergelijk veulen voor het eerst ziet, zou je denken dat het probleem in de hersenen zit in plaats van in de buik, een valkuil dus!

Maagzweren
Wanneer een veulen ziek is om welke reden dan ook, bijvoorbeeld lijdende aan een darminfectie of aan een bot of gewrichtsprobleem, kunnen zij gemakkelijk van de pijn en stress een maagzweer
ontwikkelen. Afhankelijk van de ernst van de zweren kan dit variëren tot wat sloom zijn, minder frequent drinken, knarsetanden, schuim op de lippen tot heel hevige koliek met toegenomen buikomvang of
zelfs buikvliesontsteking ten gevolge van een maagperforatie. Daarom is het een goede zaak om in geval van ziekte, pijn of stress maagzuurremmers te geven.
Zeker bij het pasgeboren veulen is informatie van de eigenaar erg belangrijk.
De dierenarts wil immers weten hoelang het veulen al koliek heeft, of dat alle darmpek al afgekomen is, of dat het veulen normaal kan plassen, of het nog drinkt bij de merrie etcetera.
Middels het klinisch onderzoek van het veulen kan de dierenarts nagaan of het veulen nog in goede toestand is en een inschatting maken van de ernst van het probleem in de buik.
Bij een veulen van nog géén dag oud, wat in goede toestand verkeert, waarvan de eigenaar nog geen hopjesvla heeft gezien en dat terwijl het vaak staat te persen, is een darmpekverstopping de
meest waarschijnlijke oorzaak. Als de dierenarts met zijn/haar vinger voor het bekken dan ook nog een harde prop voelt zitten is de diagnose zo goed als rond.
Vaak echter is het zo dat met één momentopname van onderzoek en de middelen die de dierenarts bij de eigenaar ter beschikking staan, het niet mogelijk is om tot een sluitende diagnose te komen.
Als de koliek minder dan een paar uur bestaat en bij het klinisch onderzoek geconstateerd wordt dat het veulen, afgezien van de pijn in de buik, in goede toestand is, kan worden overwogen een
darmverslapper en/of milde pijnstiller te geven. Hiermee moet het veulen dan wel vrijwel direct weer helemaal de oude zijn en mag de koliek niet terugkomen. Als dit niet het geval is, is nadere diagnostiek en
behandeling nodig in een gespecialiseerde paardenkliniek. Als er reeds bij het eerste bezoek aanwijzingen zijn dat de algemene toestand van het veulen aangedaan is, dat wil zeggen er worden
afwijkingen gevonden qua temperatuur, hartslag, ademhaling, slijmvliezen etc.. dan is de kans groot dat het probleem in de buik het gehele veulen ziek maakt.
Meestal is dan sprake van een ernstige koliekoorzaak en kun je beter meteen met het veulen naar een paardenkliniek gaan.

Opereren
In geval van darmontsteking (diarree) of maagdarmzweren is een operatie uiteraard geen oplossing of zelfs tegenaangewezen.
Hierbij wordt liever geprobeerd met medicijnen te behandelen. Een operatie is alleen een goede oplossing als er een reële kans bestaat dat de chirurg het probleem kan herstellen. Dit geldt in
geval van liggingsveranderingen van de darm, zoals bijvoorbeeld een invaginatie (instulping), een beknelde liesbreuk, een draaiing van het dunne darmpakket en bijvoorbeeld een blaasruptuur.
Verschillende onderzoeken kunnen helpen deze diagnose te stellen. Door middel van het sonderen van de maag kan worden nagegaan of de maag niet overvuld is.
Dit kan het gevolg zijn van een afsnoering van de darm of bij oudere veulens door een obstructie met spoelwormen of bij een maagprobleem zelf.
Door middel van bloedonderzoek kan de algemene toestand worden gecontroleerd en eventueel worden gecorrigeerd middels infusen.
Tevens kunnen hierin aanwijzingen liggen voor ontsteking of urine in de buik. Door middel van echografie van de buik kan worden bekeken of er zich veel vrij vocht in de buik bevindt, of er en zo ja welke darmdelen
overvuld zijn en kan ook o.a. de blaas worden bekeken. Het buikvocht verkregen middels buikpunctie kan aanwijzingen geven voor een afsnoering van een darmdeel of voor urine in de buik. Een
röntgenfoto van de buik van het veulen wordt zelden gebruikt. Dit omdat met behulp van een echo een veel duidelijker en bewegend beeld van de darmen gemaakt kan worden.
In geval van een liggingsverandering van de darmen of blaasruptuur is chirurgie de enige optie. Dit gaat uiteraard gepaard met risico’s. Er is altijd een risico van de narcose, zeker als het een patiënt in
slechte algemene toestand betreft. Tevens is er een kans dat er verklevingen ontstaan, deze kans lijkt iets groter te zijn bij jonge veulens dan bij volwassen paarden. In de dagen na de operatie is het
altijd spannend of de darmen, die soms sterk opgerekt zijn geweest, weer op gang komen. En dan is er nog de buikwond die eventueel geïnfecteerd kan worden, of waar de merrie aan gaat zitten prutsen.
Natuurlijk nemen de kansen van welke operatie dan ook toe, als men er zo vroeg mogelijk bij is. Dat wil zeggen als de patiënt in goede algemene toestand is. In bepaalde gevallen zoals een beknelde
lies- of navelbreuk, of een slag in de darm kan de tijd dat het darmdeel gedraaid of knel heeft gezeten een belangrijke rol spelen. Dit bepaalt namelijk of het betreffend darmdeel verwijderd moet worden of niet en of de darm geopend moet worden dan wel opnieuw aan elkaar gezet. Dit heeft een belangrijke invloed op de duur en mogelijke complicaties van de operatie. Het veulen kan na de operatie pas naar huis als het zelf kan drinken, er goede mest afkomt en er geen aanwijzingen voor buikvlies of buikwondontsteking zijn, oftewel: wanneer het maagdarmkanaal functioneert naar behoren. Wegens de buikwond zal het nog wel zes tot acht weken boxrust gehouden moeten worden. Voorkomen Veel van de mogelijke koliek oorzaken zijn niet direct te voorkomen. Voor iedere pasgeborene geldt dat het zich moet aanpassen aan het leven buiten de baarmoeder. Het is voor een normaal pasgeboren veulen al een hele opgave zelf zijn temperatuur, voeding en gasuitwisseling te regelen en dat terwijl het maar weinig reserve heeft. Bovendien moet het nu zichzelf beschermen tegen infectie, grotendeels door middel van de antistoffen opgenomen uit de biest. Als het veulen iets mankeert zal dit labiele evenwicht gemakkelijk verstoord worden en kan het veulen snel achteruitgaan. Voor de eigenaar is het dus belangrijk het pasgeboren veulen de eerste dagen intensief te volgen om, als er iets mis lijkt te zijn, zo snel mogelijk een dierenarts te waarschuwen.